Momenten van geluk verzamelen en nalatenschap creëren. Dat is mijn voortdurende ambitie in het leven. Niet hoogdravend met veel ijver. Maar alert opportunistisch. Als ik het zie dan pluk ik het. Maar ik ben nooit op zoek naar de boomgaard.
Het moet er toe doen dat ik het doe. Dat is de leidraad van mijn keuzes.
Wat ben je eigenlijk als je doet wat ik doe? Ik noem mijzelf outsider en zelfkundige.
Ik adviseer hier en daar wat
mensen en organisaties. Ik
probeer vrede te hebben
met mijn omgeving, ook al moet ik het
regelmatig
opnieuw sluiten. En het leukste
wat ik doe is theater maken.
Ik maak van bijna alles theater. Ik kan mijn tanden
zelfs nog theatraal
poetsen. Waarbij ik in de spiegel intens kan genieten van
mijn
uitzonderlijke talent om mezelf
met zulk groot onbelang te vermaken.
Misschien is het theater wel de enige plek waar ik geen theater maak.
Misschien ben ik daar wel gewoon mezelf. Ik kan er zelf moeilijk naar kijken.
Aslof er geen verhulling meer is. Geen show. Raar. Maar ook heerlijk. Het
is net
alsof ik op de
plek waar je dat het meest verwacht, het minst vervreemd.
Misschien ben ik dat wel.
De juffrouw van de derde klas zag het goed. “Arie is niet dom, maar snel afgeleid”.
Dat vind ik ook, nog altijd. Maar het voelt allang niet meer als de beperking die zij
er in herkende. Of het zou moeten zijn omdat ik al die jaren ben afgeleid voordat ik
eindelijk de stap naar het theater zette. Ik denk dat ik deze ambitie zo lang voor mij
heb uitgeschoven omdat het de meest dierbare is die ik koester en daarmee de
meest kwetsbare om te verliezen. Maar uiteindelijk moest ik aan die jeuk toch krabben,
korsten of niet.
Voor mijzelf is Over winnaars het derde deel van een trilogie. Ik verwacht niet dat
anderen daar last van krijgen. De voorstelling staat voor het publiek op zichzelf.
Maar ik vind het leuk om het zo te maken. Van dichtbij is het een entiteit.
Iets meer op afstand blijkt het een onderdeel van een groter geheel. Net als ikzelf.
Sinds 2003 ben ik vader en sinds 2004 van twee kinderen.
In mijn relatie met haar heb ik mijn vrouw leren kennen. Zij is de partner met wie ik
meer mezelf ben dan ik zonder haar ooit was.
In 2006 heb ik het plan opgevat om tenminste één avondvullende conference te maken.
Inmiddels begin ik mij conferencier te voelen.
Misschien ben ik dat wel. Ik denk het wel. Dat weet ik natuurlijk niet zeker. Kom zelf maar kijken.
Tot ziens,
Arie